Schooljaar 2011-2012

Vrijdag 13 januari: terug naar Sancta Maria voor onze alweer zevende nieuwjaarsreceptie

 

Het ontvangstcomité...
Bij een hapje en een tapje werd er, per school, zo te zien, weer druk gekeuveld...
Daarna werd er wel zeer aandachtig geluisterd naar de speech, die u hieronder nog eens integraal kan nalezen:

Beste vertegenwoordigers van de schoolbesturen, beste collega’s,

Laat mij beginnen met u allemaal een fantastisch 2012 toe te wensen. En ik weet het wel, het is een huizenhoog cliché, maar toch wil ik u allemaal een geweldig goede gezondheid toewensen, zowel lichamelijk als geestelijk. M.a.w. ik wens dat iedereen zich in alle opzichten goed zou kunnen voelen.

Ik wens dat ook toe aan alle kinderen die aan onze scholen zijn toevertrouwd, dat ook zij zich allemaal goed mogen voelen. En we weten allemaal uit ervaring dat dat niet zo vanzelfsprekend is.

Maar misschien wijst de uitnodiging die jullie kregen voor de receptie wel een beetje in die richting: Scholengemeenschap de Parel, daar zit muziek in. Letterlijk zal je dat zo dadelijk aan den lijve mogen ondervinden. Maar daarover straks meer.

En nee, nee, geen paniek, ik ga het NIET over muzische vorming hebben.

Ik ga het over iets veel fundamenteler hebben, binnen onze scholen.

Muziek heeft voor mij iets te maken met talent, met goed zijn in bepaalde zaken.

Zeker het laatste decennium heeft de overheid zich enorm ingespannen om middelen vrij te maken voor allerlei zorg- en GOK-initiatieven. En omdat daar zo de nadruk werd op gelegd, lijkt het wel (en nu word ik misschien een beetje cynisch) of bijna elk kind wel één of ander probleem heeft.

Ik bedoel daarmee eigenlijk dat we ons de laatste jaren als basisonderwijs misschien te veel op de problemen van kinderen zijn gaan focussen en dat we daardoor misschien wat uit het oog verloren zijn waarin kinderen wel goed zijn.

Persoonlijk heb ik altijd gevonden dat werken met de sterke kanten van kinderen en hun interesses, moeilijk te rijmen valt met de eindtermen. Tot ik mij het volgende bedacht: de eindtermen (of leerplandoelen, zoals je wil) zijn doelen die ieder kind zou moeten kunnen bereiken, maar we moeten elk kind de kans geven om dat op zijn of haar manier te doen, door een beroep te doen op de sterke kanten van dat kind.

Vanuit de wetenschap weten we ondertussen dat er veel verschillende soorten intelligenties bestaan en dat niet iedereen op dezelfde manier intelligent is. En dan gaan sommige zaken bij sommige kinderen inderdaad vaak moeilijker. En dan willen wij vaak zo snel mogelijk zoveel mogelijk laten testen, of we verwijzen door naar externen, of naar de zorgcoördinatoren om de “zogenaamde problemen” op te lossen. En wij doen dat heel vaak over het hoofd van het kind heen.

Dit wetende, kunnen we dus niet aan alle kinderen van onze klas dezelfde oplossing aanreiken en daarom dienen we ons de vraag te stellen: wat heeft dit kind, in deze klas, bij deze leerkracht nodig om een bepaald doel toch te bereiken en bij uitbreiding, wat heb ik als leerkracht misschien ook nog nodig om dat kind daarbij te helpen?

Wie bij deze manier van denken en werken zeker kan helpen is het kind zelf, of ook de ouders. Als we ouders op zo’n manier bij onze werking betrekken, worden zij veel meer bondgenoten, dan tegenstanders.

En ik hoor jullie al bijna luidop denken: hij heeft het wel goed zeggen daar vanaf zijn katheder: elk kind op zijn eigen manier laten ontwikkelen, doe dat maar eens met 30 kinderen in uw klas.
Dat weet ik natuurlijk ook wel, dat dat niet zo voor de hand liggend is. En er verwacht ook niemand dat je dat allemaal morgen in je klas gaat toepassen. Ik zou al heel blij zijn mochten we als leerkrachten wat meer aandacht hebben voor de sterktes van kinderen, en ze minder als zorgenkinderen zien. Dat is al een belangrijke eerste stap.

Verder wil ik ter overweging het volgende meegeven: misschien moeten we er minder en minder van uit gaan dat kinderen pas iets geleerd hebben wanneer wij het goed hebben uitgelegd. Misschien moeten we minder klassikaal uitleggen, waardoor we heel veel tijd vrij krijgen om echt met onze kinderen bezig te zijn.

En dan wil ik met deze gedachte eindigen:

Het zijn precies die kinderen die zich bij jou goed gevoeld hebben, die je misschien nadat ze al meer dan tien jaar geleden bij jou vertrokken zijn, opnieuw tegenkomt en die je vragen: meester, juffrouw, ken je mij nog? En weet je nog dat we toen dit en toen dat… Iets wat jij misschien al lang vergeten bent, maar wat zij nog maar al te goed weten. En het is dan dat je de bevestiging krijgt: ik ben goed bezig geweest. En dat wens ik ieder van jullie toe, want dit bewijst het volgende: de leerkracht doet er toe.

En dan kwam de verrassing: iedereen werd vriendelijk verzocht om per leerjaar/vakgebied te gaan zitten. En dan volgde een heuse muziekkwis...
Er werd tussen de verschillende groepen bikkelhard gestreden.

De quizmaster:

En onze lieftallige jury had de handen vol met verbeteren en punten tellen...

En toen alle rondes afgelopen waren en alle punten geteld waren, zag het scorebord er zo uit:

En dit waren de winnaars:

Een dikke proficiat!!!
De rest van de avond konden er doorlopend verzoeknummertjes aangevraagd worden...
Volgens de aanwezigen was het een zeer geslaagde avond, wat weer maar eens bewijst:

de afwezigen hadden ongelijk!!!