Schooljaar 2014-2015

9 januari 2015: jubileumeditie nieuwjaarsreceptie (tiende maal)
 

Het hele gebeuren ging door in zaal den Aareberg in Ourodenberg
De voorbereiding:
En dan kwam iedereen binnengewaaid en kwamen de gesprekken op gang bij een glaasje en een versnapering...
Al snel was het tijd dat iedereen zijn of haar plaatsje in de grote zaal ging opzoeken...
Dan volgde natuurlijk traditioneel de speech van onze coördinerend directeur: Julien

Geachte leden van het CASS en vertegenwoordigers van de schoolbesturen, geachte collega’s,

 

Mag ik u van harte welkom heten op deze jubileumeditie van onze nieuwjaarsreceptie. Want het is inderdaad al de tiende maal dat wij samenkomen om het nieuwe jaar feestelijk in te zetten.

Laat mij beginnen met u allemaal het allerbeste toe te wensen voor 2015. Ik wens iedereen natuurlijk van harte een goede gezondheid, maar vooral toch ook heel veel arbeidsvreugde en voldoening in uw job.

Bij het binnenkomen kreeg u een wens in een doosje met een bepaalde kleur. Die met het rode doosje...

Ik kan u gerust stellen: jullie moeten niets doen. Maar die met het blauwe doosje...

Oef, voor jullie ook geen opdracht. Dan blijven die met het groene doosje over...

Ik kan ook u geruststellen: dit jaar geen gezangen, geen quiz, geen spelletjes, geen… maar een reuzengrote verrassing, waar ik voorlopig nog niets kan over zeggen…

Maar goed, tien jaar scholengemeenschap, dat wil al wel wat zeggen.
Misschien hebben die tien jaar meer betekend voor de schoolbesturen, de directies, de administratieve medewerkers en de zorgcoördinatoren dan voor anderen, maar ze zijn toch voor niemand onopgemerkt voorbij gegaan.

We hebben eind vorig schooljaar met de schoolbesturen van onze scholengemeenschap een evaluatie gemaakt, waarvan we de resultaten begin dit schooljaar bekeken hebben binnen het CASS (Comité van Afgevaardigden van de Schoolbesturen van de Scholengemeenschap). Deze evaluatie was overwegend positief en maakte ook duidelijk dat we op heel wat vlakken tot een constructieve samenwerking zijn gekomen. Enkele voorbeelden:

-      De directies vinden een klankbord bij elkaar en waar we vroeger vooral concurrenten waren, zijn we nu collega’s geworden.

-      De kleinere scholen worden mee gedragen door de grotere.

-      De schoolbesturen zijn dichter naar elkaar toegegroeid en alle wantrouwen is verdwenen.

-      Allerlei nieuwe wetgevingen worden gezamenlijk opgevolgd.

-      We hebben voor iedereen gezamenlijke functiebeschrijvingen, evaluatiecriteria en –formulieren.

-      Tijdelijke leerkrachten worden opgevolgd en krijgen extra ondersteuning, vooraleer ze een TADD kunnen verwerven.

-      De zorgcoördinatoren werken op heel veel vlakken samen: bv leerlingvolgsystemen, visie uitwerken, overleg met het secundair...

-      Voor de leerkrachten: mogelijkheden tot hospiteren, gezamenlijke nascholingen, in het verleden gezamenlijke studiedagen…

We zijn meer dan tien jaar geleden samen ingestapt, vanuit een (bijna) decretale verplichting tot het oprichten van een scholengemeenschap, of toch minstens voor de stimuli die we ervoor kregen (enkele extra punten en ICT en iets meer zorg…), maar ondertussen hebben we zelf onze visie en ons beleidsplan uitgewerkt en dienen deze als basis voor de samenwerking.

Maar zoals we allemaal wel weten: het fenomeen scholengemeenschap loopt op z’n laatste benen.

Binnen onze regio zijn heel wat schoolbesturen van zowel basis- als secundair onderwijs besprekingen gestart met de bedoeling om op termijn tot de samensmelting van deze schoolbesturen te komen. M.a.w. we gaan naar één groot schoolbestuur dat verschillende scholen onder zijn hoede heeft.

Ook dit gegeven werd bij de bevraging van de schoolbesturen betrokken.

Hieruit blijkt dat de schoolbesturen van onze scholengemeenschap basisonderwijs zeker de samenwerking zoals ze nu is binnen de scholengemeenschap willen bestendigen. Andere scholen zijn uiteraard welkom, maar deze zouden toch de intentie moeten hebben om (en ik citeer) grosso modo op dezelfde manier te werken als nu in de scholengemeenschap gebeurt, met als prioriteiten: een klare verstandhouding tussen directies en bestuur, waarbij directies voldoende mandaten krijgen.
Verder willen ze bewaken dat de eigenheid en de individualiteit van elke school behouden blijft.

Het grote voordeel van een bestuurlijke schaalvergroting zou moeten zijn dat een aantal taken (ik denk hierbij aan preventie, administratie, aankopen…) centraal kunnen gebeuren zodat onze directies zich daar niet meer druk over hoeven te maken en zij zich meer op hun kerntaak: het pedagogische kunnen toeleggen.

De volgende schooljaren zal onze scholengemeenschap nog wel even blijven bestaan. En dus zal vandaag niet de laatste nieuwjaarsreceptie zijn, waarop u wordt uitgenodigd.

Voor die volgende schooljaren (zal het tot juni ’20 of toch maar tot ’18 zijn, dat weten we nog niet…) hebben we weer een beleidsplan uitgewerkt.

Ik stel voor om dat nu niet volledig voor te lezen…

Maar toch enkele zaken.

Het beleidsplan bestaat uit twee delen: dingen die we constant moeten/willen opvolgen en dingen die we gedurende de komende jaren gepland hebben.

In het eerste deel gaat het vaak over wetgeving voor allerhande beleidsdomeinen die we samen opvolgen. Maar er staat bijvoorbeeld ook iets in over hospiteren, gezamenlijke nascholingen, implementatie van nieuwe leerplannen (en ja hoor, die staan er ook weer aan te komen…).

Het tweede deel is heel divers en werd ingevuld vanuit de noden van de verschillende directies.

Maar ook hier toch weer een aantal zaken die tot op de werkvloer voelbaar zullen zijn zoals, het M-decreet, taalbeleid, integratie van ICT in alle vakken, verdere integratie van handelingsgericht werken, vormen van differentiatie, leerkrachten samenbrengen rond thema’s, het gebruik van digi-borden…

En dat is nog steeds wat ikzelf de grote kracht van onze scholengemeenschap, van onze Parel vind: we proberen samen te werken daar waar we elkaar kunnen ondersteunen, waar we samen sterker staan, maar… we houden de dingen die we beter op school zelf kunnen doen, op school zelf. Vaak ook werken we dingen samen uit, die we dan op schoolniveau vertalen, want elke school blijft anders en dient ook zijn eigenheid te bewaren.

En daarmee wil ik dan ook deze toespraak beëindigen: ik hoop dat we, ook in de verdere toekomst, een goed evenwicht kunnen blijven vinden tussen samenwerken en tot goed onderwijs te komen en de eigen eigenheid kunnen bewaren. Goed onderwijs om zo elk kind tot z’n recht te laten komen, en zich te laten ontwikkelen met z’n eigen talenten en beperkingen.

 

En dan nu…

En dan was het de beurt aan Inspinazie.
De verrassing van de avond: improvisatietheater. Het begon er mee dat zij zichzelf voorstelden...

Scène 1: Een dag uit het leven van de leerkracht Een leerkracht heeft het tegenwoordig druk druk druk. Het meest gebruikte woord in het onderwijs is 'rap'. Ik ga rap naar de wc, ik kom rap iets halen,... “ Als leerkracht doe je meer dan alleen maar lesgeven. Wat zijn de extra dingen die je doet? Wie staat er zoal aan de deur van uw klas? Wat zijn de administratieve taken? Wat zijn dingen die horen bij het sociale gebeuren van de school? Nog andere dingen die jullie kunnen overkomen? We tonen in de eerste scène een dag uit het leven van een leerkracht. In welk jaar geeft zij les? We tonen in korte opeenvolgende scènes “Het leven zoals het is, de leerkracht”

Scène 2: Hospiteren
Jullie hebben dus heel veel taken, en er wordt heel veel van jullie verwacht. Ondertussen moeten jullie ook gaan hospiteren. Wat vind je daar goed aan? Wat vind je daar lastig aan? Zijn er nog andere zaken binnen het lesgeven waar jullie mee bezig zijn? In deze scène zien we twee leerkrachten, waarvan de ene enthousiast reageert op de nieuwe werkvormen, de andere ziet het allemaal wat minder goed zitten. De ene leerkracht komt hospiteren bij de andere. Mogen wij ook nog een aantal emoties? Als je aan lesgeven denkt?

Scène 3: De directies binnen de scholengemeenschap
Omwille van het 10-jarig bestaan van de scholengemeenschap gebeurde een bevraging aan verschillende bestuursleden. O.a. welke meerwaarde heeft de scholengemeenschap? Daarin lezen we: "De directies vinden een klankbord bij elkaar (op de CODI-vergaderingen, maar ook daarbuiten bv. e-mail bij prangende en dringende zaken), ze zijn door veelvuldig overleg collega’s geworden, een ploeg die elkaar ondersteunt."
We nemen dit letterlijk in de volgende scène. Mogen we twee directeurs op de scène? Jullie gaan letterlijk deze scène ondersteunen. Mogen wij een voorbeeld van iets dat je ooit als directeur hebt moeten oplossen?

Scène 4: In het leraarslokaal met de directeur
Op de voorbereidende vergadering die we met de directeurs hadden, vertelden ze dat de relatie met je leerkrachten als directeur toch verandert. Je weet niet alles, en ene gaan drinken met je leerkrachten doe je niet zo snel meer omdat de gesprekken veranderen. Wie van de directeurs gaat zo nog wel eens koffiedrinken in het leraarslokaal? Waarover gaan de gesprekken als je er bij bent? Aan de leerkrachten: waar spreek je niet over als de directeur in het lokaal zit?
We nemen even een kijkje hoe het er aan toe gaat: we hebben twee leerkrachten in het leraarslokaal, de directeur loopt binnen en buiten. We zien hoe de gesprekken veranderen telkens de directeur binnen en buiten loopt.

Scène 5: Het ondersteunend personeel
Niet alleen de directies hebben iets aan elkaar binnen de scholengemeenschap, ook het ondersteunend personeel werkt echt wel samen en hebben heel veel steun aan elkaar. Klopt dat? Zij zijn het manusje van alles. Op 5 min tijd hebben ze iedereen bij zich gekregen: ouders, leerkrachten, kinderen, de directeur,... Met welke vragen of problemen komen ze bij jullie langs, andere dan in scène 1? En wat zijn zoal de moeilijke vragen? In de volgende scène hebben we een beginnend administratieve medewerker. Verschillende mensen passeren op het secretariaat. Mogen wij het ondersteunend personeel, onder aanmoedigend en warm applaus op de scène vragen? Jullie hoeven niet mee te spelen in de scène, maar staan aan de zijkant van de scène. Telkens de beginnende administratieve het fout doet, peuten jullie. De speler herpakt zich. Eventueel kan de speler op een bepaald moment ook raad komen vragen.

Scène 6: Wat als...?
Jullie hebben ook te maken met heel veel verschillende ouders. In het ene geval moet je heel veel zorg besteden aan de ouder, in het andere geval heb je het gevoel meer bezig te zijn met de opvoeding dan de ouders zelf.... Jullie mochten rode en groene briefjes invullen. Rode briefjes: "Wat had je ooit op een bepaald moment graag eens willen zeggen/uitroepen tegen één van de ouders maar heb je niet gedaan omdat je dat beter niet doet?" Groene briefjes: “Waar droom je van dat een ouder ooit eens letterlijk tegen jou zou zeggen?” Wat als je als leerkracht af en toe eens zou mogen zeggen wat je wilt, want je bent ook maar een mens...? Omdat het de verjaardag is van de scholengemeenschap, gaan we dat deze keer volle bak doen. Met welke vraag/probleem kan een ouder naar je toekomen? De leerkracht gebruikt de rode briefjes, de ouder gebruikt de groene briefjes.

Scène 7: Bedanking
Een afsluitende speech, door een oud-leerling, met daarin allerlei te verwerken woorden...

Afgaande op de reacties achteraf hebben alle aanwezigen met volle teugen genoten.
En zoals de uitnodiging vermeldde: "de afwezigen zullen achteraf ongelooflijk spijt hebben dat ze er niet bij waren…"